Robert Florizoone, zoon van Meli-oprichter Alberic Florizoone, stond jarenlang mee aan het roer van Meli Park in De Panne/Adinkerke en is al sinds de oprichting secretaris bij Belgoparcs, de vereniging van Belgische pretparken. We spraken Robert in zijn woning in De Panne, op een boogscheut van Plopsaland. Aan de muur hangen enkele concepttekeningen van Meli-attracties en wanneer hij zijn accordeon bovenhaalt om Lichtjes van de Schelde te spelen, blijkt Robert naast een passie voor attractieparken, ook een passie voor muziek te hebben. We spraken met Robert over zijn contacten met Bobbejaan, de relatie tussen Meli en Bobbejaanland, de geschiedenis van Belgoparcs en de pretparkwereld vroeger en nu...



Wat is de link tussen u en Bobbejaan en Bobbejaanland?

Ik was een ventje van 12 jaar toen Bobbejaan in De Panne kwam met zijn reizend circus. Zo’n zingende cowboy in het dorp over de vloer krijgen, was natuurlijk een hele belevenis. Ik herinner me nog dat Bobbejaan tijdens zijn show aan de zaal vroeg wie de oudste fan van hem was. Dat was mijn grootmoeder. Ik zei haar dat ze moest rechtstaan en dat ze dan iets zou krijgen, maar ze vertikte het om ‘de oudste’ te zijn en ze bleef zitten. Jammer, want iemand anders is toen met een postkaart of handtekening gaan lopen. Dat was mijn eerste contact met Bobbejaan. Later, toen hij in 1961 op de proppen kwam met zijn ‘vast circus’, Bobbejaanland, keken we natuurlijk op een andere manier tegen elkaar aan. In het begin was dat nog vrij neutraal. Elk ging zijn gang. Mijn papa bekeek Bobbejaanland met argusogen en stuurde wel eens iemand naar Lichtaart om te kijken of het park geen ‘gevaar’ voor ons zou vormen. Meli Park was in die tijd echter ook nog niet zo groot en was vooral op de kust en op de streek rond Rijsel gericht. Bobbejaanland was meer gericht op de regio Antwerpen en op de fans van Bobbejaan zelf natuurlijk. Pas in de jaren ’70 versmolten die doelgroepen  en zijn we elkaar beter in de gaten gaan houden.

Wat was uw taak precies bij Meli?

Mijn pa deed een beetje vanalles, dus wij deden datgene waar hij niet mee bezig was. Ik ben begonnen bij de technische dienst, die er toen eigenlijk nog niet was. Die moest er komen, met de komst van de nieuwe attracties. Mijn broer stond in voor de dieren en planten. Later heb ik dan de exploitatie van het park mee voor mijn rekening genomen, tot 1999. Intussen hadden we ook al de honingfabriek in Veurne. Die is momenteel nog voor 100% in handen van de familie.

Waren er parallellen tussen Bobbejaanland en Meli Park?

Ook Meli is net zoals Bobbejaanland niet begonnen als attractiepark. De attracties in de jaren 50 waren vogels en dieren en kleinere kinderattracties, zoals molens, speeltuinen en autoscooters. Meer was een attractiepark toen niet. In 1952 heeft mijn vader het tropisch vogelpark geopend en vanaf toen heette het park ‘Meli Park’. In het begin van de jaren 70 zijn de attractieparken gaan evolueren, onder invloed van de komst Walibi. Walibi heeft toen aan de boom geschud met de toen nieuwe all in-formule. Het heeft me altijd geïntrigeerd hoe de ondernemers van toen telkens een weergave van hun eigen wereldbeeld probeerden te realiseren in hun park. Bij Bobbejaan was dat western en muziek, bij Meli was dat mijn pa met natuur en bijtjes en Eddy Meeùs van Walibi deed het met grote attracties. Elk park had een andere insteek en dat is lang zo gebleven. Op de duur versmolt echter elk park tot een grote hoop attracties. Dominique Fallon, de rechterhand van Meeùs, zei ooit: ‘On se ressemble de plus en plus’. Alle parken werden een beetje hetzelfde en dat was jammer. Ik herinner me nog dat de Parachutetorens van Vekoma in Walibi en Bobbejaanland in hetzelfde jaar openden. Ik hoor Bobbejaan zich nog afvragen op een vergadering van Belgoparks wat hij eigenlijk altijd op de vergadering kwam doen, als de verschillende parken toch nooit het achterste van hun tong lieten zien, met als gevolg dat er in een bepaald jaar in twee pretparken dezelfde attractie opende. Het ging vooral tussen Bobbejaanland en Bellewaerde. Wij wilden bij Meli geen grote attracties, wij wilden zoals ook Bellewaerde meer ‘soft’ blijven.

Wanneer bent u concreet beginnen samenwerken met Bobbejaan?

Dat moet in 1981-1982 geweest zijn, met Belgoparks, maar we kenden elkaar al vroeger, hoor. Mijn vader was een beetje heer en meester in de attractieparkwereld. Voor de Fransen was hij ‘Monsieur Meli’, hij zat hier op zijn troon en moest zich niets aantrekken van concurrentie. Bobbejaanland kwam echter steeds meer onze richting uit met reclamevoering. Mijn vader en Bobbejaan vonden dat het tijd werd voor een ontmoeting, dat moet ergens in de jaren ’70 geweest zijn. Bobbejaan wist dat wij net als Bobbejaanland samenwerkten met Artic Ijs. Wij hadden op dat moment geen filmzaal of show met voorprogramma waarin we reclame konden maken en Bobbejaan had dat uiteraard wel. Hij speelde voor de show begon reclame van bv. Artic in de showzaal, dat was een commerciële samenwerking. Op een bepaald moment stelde Artic voor om beelden van Bobbejaanland te gebruiken in de reclamespots van Artic. Bobbejaan stelde Artic toen voor om in die spot ook beelden van Meli te gebruiken. Daarmee werden de deuren voor elkaar opengezet. Bobbejaan was altijd een voorstander van samenwerking. We hebben later ook eens een gezamenlijke actie gehad, toen al met Walibi erbij.

We hadden in onze parken een bord staan met de landkaart van België met alle parken erop en met daarbij ‘Vier keer plezier!’. We promootten toen elkaars parken. Bobbejaan was daar de voortrekker van. Over de gezamenlijke folder van ‘Vier keer plezier’ was er trouwens ooit eens een ruzietje tussen Bobbejaan en Josée op de Belgoparks-bijeenkomst. Bobbejaan wou een knappe, dure folder. Het moest een prestigeproject zijn. Josée wou dat niet. Het moest goedkoop zijn en het mocht ten hoogste een klein strooibiljet worden. Josée probeerde Bobbejaan terug met de voeten op de grond te krijgen. Ik wist niet waar die ruzie ging eindigen en ik vreesde al voor het einde van Belgoparks. Meeùs, die toen voorzitter was, deed niets. Plots stond Bobbejaan recht en hij zei: ‘Ik ga naar de wc!’. We staarden elkaar aan en zo’n vijf minuten later kwam Bobbejaan terug. We begonnen toen aan het volgende punt op de agenda en er is nooit nog over die folder gesproken! Zo ging dat nu eenmaal bij familiebedrijven. Bobbejaan was altijd zichzelf. Bij ons was het ook niet alle dagen ‘pannenkoeken’ (lacht).

Mijn pa had enorm veel bewondering voor Bobbejaan. Hij had respect voor iedereen die meer kon dan hij zelf. Bobbejaan was iemand naar zijn hart. Ze waren beide jongens van het volk, simpele en sympathieke kerels, die door hard werken groot zijn geworden. Mijn pa voelde ook dat Bobbejaan hem niet uitdaagde, iets wat Eddy Meeùs wel durfde doen met Walibi.

Wat is uw taak bij Belgoparks?

Ik ben al jarenlang secretaris bij Belgoparks tot begin 2010. Vanaf 2010 werd ik op algemeen verzoek voorzitter. Het idee voor Belgoparcs kwam van Bobbejaan. Er waren al informele contacten tussen mijn vader en Bobbejaan en zo is dat gegroeid. Bobbejaan bedacht de naam 'Belgoparks' en hij was er ook fier op. Belgoparks is gestart in 1981-1982. In die periode werd door Duitse en Engelse parkassociaties ook 'Europarks' boven de doopvont gehouden: een Europese federatie van nationale associaties. Belgopark sloot daar snel bij aan. Bobbejaan was van mening dat Belgoparks de woordvoerder moest zijn van de Belgische pretparkwereld. Bobbejaan had ook ideeën over gemeenschappelijke folders en samen als groep naar buitenkomen tegenover bv. leveranciers op vlak van veiligheid. Bedoeling was ook om elkaar niet te veel pijn te doen wat nieuwe attracties betrof. Als de ene een nieuwe achtbaan kocht, kon de ander beter een jaartje wachten vooraleer die er ook een zette. Dat waren dan mondelinge overeenkomsten. In het begin kwamen we vier keer per jaar samen, gevolgd door een etentje. Tijdens het etentje leerden we elkaar echt heel goed kennen. Na elk seizoen kwamen we elk jaar samen om te bespreken hoe het seizoen was verlopen en werden de plannen op tafel gelegd voor de komende jaren. Leuk weetje is dat de Monorail van Schwarzkopf in Bobbejaanland eerst op een expo in Zwitserland heeft gestaan. Men heeft ons die Monorail ook aangeboden, maar voor Meli was hij te groot. In Bobbejaanland was er voor die Monorail plaats genoeg. Zulke zaken kwamen ook op de tafel bij Belgoparks. Over Schwarzkopf heb ik trouwens nog een leuke anekdote. Ik vroeg Schwarzkopf hoe je nu precies kan weten of je achtbaanontwerp een goede achtbaan is. Hij zei: ‘Wel, dat doe je met ijzerdraadjes. Je bouwt je achtbaan na met twee ijzerdraadjes en je laat daar een knikker op rollen. De knikker moet mooi op die twee draadjes blijven lopen. Hij mag niet te snel gaan en hij mag er niet afrollen. Je weet dus dat al mijn banen in orde zijn en dat je er niet ziek op wordt, want ze zijn allemaal getest met de knikker!’. Achtbanen van andere fabrikanten moest je volgens hem testen met een fototoestel. Je moest het fototoestel dan met het touwtje rond je nek hangen. Als je het toestel niet in je gezicht kreeg, maar het mooi boven de beugel bleef hangen, was het een goede!

Is er doorheen de jaren veel veranderd bij Belgoparks?

Uiteraard. Vroeger was de samenstelling en de werking anders dan nu. Vroeger was Belgoparks samengesteld door de ‘founding fathers’, de eigenaars van het park. Nu zijn het niet de eigenaars meer, maar wel de parkverantwoordelijken. Buitenlandse groepen trekken nu aan de touwtjes. De parkverantwoordelijken nemen zelf nog heel weinig beslissingen bij Belgoparcs, in tegenstelling tot de parkeigenaars vroeger, en ze mogen ook nog maar heel weinig informatie meedelen, want velen zijn beursgenoteerd. Vroeger werd er openlijk gepraat over cijfers en de vooruitzichten. Nu kan dat niet meer. Het is heel anders. Die fierheid van ‘de boer op zijn veld’ is er niet meer. Die mensen doen nu gewoon hun job en vaak met beperkte middelen. De creativiteit van de parkeigenaars van vroeger kan je nu niet meer terugvinden.

Nu komen we nog drie keer per jaar samen. We organiseren nu meer uitwisselingen op het vlak van veiligheid, techniek, merchandising. Om de twee jaar zijn alle dienstoversten wel bij elkaar op bezoek geweest.

Waar deden jullie inspiratie op?

We deden vooral inspiratie op in Amerika. Bij elkaar niet zozeer.

Werden jullie bij elkaar uitgenodigd op openingen van attracties?

Wij waren geregeld bij elkaar in de parken om bv. de opening van een nieuwe attractie bij te wonen. We nodigden elkaar uit, zo waren wij met Meli bijvoorbeeld ook op de opening van o.a. Revolution en Indiana River. Ik herinner me de opening van de Splash in Meli, de boomstamattractie, in 1989. Premier Wilfried Martens was uitgenodigd. Hij had toen echter net een open hartoperatie achter de rug. We hebben toen de opening moeten uitstellen van mei naar einde juni. Hij had toen twee mensen van de staatsveiligheid bij. Bobbejaan was daar ook en ze raakten aan de praat omdat Bobbejaan ook een hartoperatie achter de rug had. Martens mocht niet mee in de attractie omwille van de operatie, maar we vroegen hem om even plaats te nemen in zo’n bootje zodat de fotografen hun werk konden doen. Hij zat daar en de fotografen waren uitgeflitst. De operator van dienst drukte toen per ongeluk op de startknop en Wilfried Martens was samen met mijn ma vertrokken, zonder staatsveiligheid of dokter. De mensen van de staatsveiligheid bevolen ons om de boot te laten stoppen, maar dat kon natuurlijk niet. De rit duurde zo’n vier minuten en dat zou fataal kunnen zijn bij een hartaanval. Hij kwam echter veilig terug. Wilfried Martens kon er hartelijk om lachen en hij vond het een fantastisch ritje. Op zulke openingen gebeurden er altijd leuke dingen. Bij de opening van ‘Ali Baba’ in Walibi werd een bepaald bootje goed volgepropt met belangrijke personen. De boot was overladen en woog veel te veel. In de attractie was er ergens een waterval die vanzelf uitschakelde wanneer er een bootje onderdoor kwam varen. De boot vaarde onder de waterval door, ze viel uit, maar doordat de boot zo overvol zat, blokkeerde het bootje net onder de waterval. Na enkele seconde vloeide er weer water uit de waterval, waardoor alle inzittenden, inclusief ministers, nat werden.



Herinner je je nog leuke momenten met Bobbejaan?
In november was er een Belgoparks-samenkomst geweest. Zowel Luc Florizoone van Bellewaerde als Eddy Meeùs zaten daar toen met een uitgestreken gezicht. Niets aan de hand. Ze waren erg rustig. Twee weken later was er groot nieuws: het huwelijk van de kangoeroe van Walbi en Koning Leeuw van Bellewaerde. Wij wisten van niks, wij moesten dat toen in de krant lezen. Walibi en Bellewaerde werden toen één, uit angst voor de komst van Disneyland. Bobbejaan was erg goed bevriend met Meeùs en Bobbejaan vraagt hem: ‘Eddy, hoeveel vrouwen heb je?’ waarop Meeùs antwoordde dat hij er maar één had. Bobbejaan vroeg meteen daarna: ‘Eddy, hoeveel pijpen rook je?’ waarop Meeùs alweer ‘één’ antwoordde. ‘Waarom heb je dan wel twee pretparken?’ vroeg Bobbejaan hem toen al lachend.

Ik vroeg op een bepaald moment aan Bobbejaan waarom hij soms zo tekeer ging tegen Eddy Meeùs. Bobbejaan zei me toen al lachend dat hij van Eddy Meeùs niks te leren had. Daar zat een leuk verhaal achter. Bobbejaan vertelde mij dat er begin jaren 70 geregeld ingebroken werd in de auto’s op de parking. De Schoepens hadden dan de afspraak dat er regelmatig, tussen de shows door, eens iemand zou gaan kijken op de parking. Bobbejaan vertelde me dat hij op de parking liep en dat hij plots een oude schoolkameraad tegenkwam. Het was Eddy Meeùs. Ze hadden samen bij de paters op school gezeten. Ze beginnen te praten en Bobbejaan vroeg of hij even binnenkwam voor een kop koffie. Bobbejaan vertelde me dat hij aan Eddy Meeùs vroeg wat hij eigenlijk op die parking stond te doen, waarop Meeùs antwoordde: “Ik kwam uw auto’s tellen, want ik ga ook een park beginnen!”. Bobbejaan en Meeus plaagden elkaar graag, maar ze waren eigenlijk de beste vrienden. Er waren zeker geen ‘hard feelings’.

Hoe herinner jij je het einde van het Schoepentijdperk in Bobbejaanland?

We hadden een vergadering in Bobbejaanland voor Belgoparks. Bobbejaan reed toen nog rond met zijn wagentje, ik heb daar toen nog een foto van genomen. Het park was toen echter al verkocht aan Parques Reunidos, dat moet 2004 geweest zijn. Ik voelde in het park een soort spanning. Het personeel wist niet zo goed naar wie ze moesten luisteren, want Bobbejaan gaf nog altijd instructies en naar het publiek toe was hij nog altijd de grote baas. Bobbejaanland heeft niet meer die fierheid en die liefde voor het park, die het vroeger met de familie Schoepen wel had.

Robert, hartelijk bedankt voor het gesprek! Wij springen nog even binnen in Plopsaland!

Meer informatie over de geschiedenis van Meli Park vind je op de website van Meli, klik hier. Voor meer info over Plopsaland kan je hier terecht.

Augustus 2011
Met dank aan Robert Florizoone.

3289689e2f277aab62a8a44ed1b18d35.jpg